27 oktober 2020

Genetische mutatie en auto-immuunziekte mogelijk verantwoordelijk voor ernstig ziekteverloop COVID-19

-

Advertentie

Twee nieuwe onderzoeken, die gepubliceerd werden in Science, bieden samen een verklaring voor minstens 13% van de ernstige gevallen van COVID-19. Het zou enerzijds te wijten zijn aan een genetische mutatie en anderzijds aan de aanwezigheid van antilichamen die de eigen cellen aanvallen.

Bij sommigen slaat het coronavirus harder toe dan bij anderen. Het virus kan een infectie zonder symptomen veroorzaken of het kan in een paar dagen tijd dodelijk zijn. Nieuw onderzoek naar de oorzaak ziet bij een groot deel van de ernstig zieke COVID-19 patiënten een tekort aan zogenaamde type I-interferon-eiwitten. Zij spelen een belangrijke rol in de werking van het immuunsysteem.

Sinds februari werden duizenden COVID-19 patiënten onderzocht om erachter te komen of er een genetische verklaring kan geboden worden voor het verschil in ziekteverloop. In de eerste studie analyseerden de onderzoekers de bloedstalen van 650 patiënten die in het ziekenhuis terechtkwamen met een levensbedreigende longontsteking. Ze vergeleken die met de stalen van 530 mensen met een asymptomatische of een milde infectie. De onderzoekers zochten in eerste instantie naar verschillen in 13 genen die cruciaal zijn voor de verdediging van het lichten tegen het griepvirus.

Het werd al snel duidelijk dat een aanzienlijk aantal mensen die een ernstige infectie doormaakten zeldzame varianten in de 13 onderzochte genen droegen. Genen die de werking van de type I-interferon controleren. Meer dan 3% miste zelfs een functionerend gen.

Autoantilichamen

Een tweede studie bij 987 patiënten met een ernstig verloop van het coronavirus toonde aan dat meer dan 10% van hen autoantilichamen had bij het begin van hun infectie. Die antilichamen vallen niet het virus aan, maar wel de eigen type I-interferonen. De meerderheid van hen, 95%, waren mannen.

De autoantilichamen lijken zeldzaam in de algemene bevolking. Op 1.227 willekeurige gezonde mensen zijn slechts vier stalen positief. “Al deze bevindingen wijzen er sterk op dat deze autoantilichamen eigenlijk de onderliggende reden zijn waarom sommige mensen erg ziek worden, en niet het gevolg zijn van de infectie met het virus”, zegt Jean-Laurent Casanova, hoofd van het St. Giles Human Genetics of Infetious Disease laboratory aan the Rockefeller University en onderzoeker aan het Howard Hughes Medical Institute.

Het tweedelige onderzoek kan ook een verklaring opleveren waarom mannen vaker getroffen worden met een ernstig verloop van de ziekte, dan vrouwen. Het levert tevens een eerste verklaring op voor het feit dat bepaalde mensen een ernstig verloop kennen, los van hun leeftijd of andere risicofactoren.

Behandeling

“Deze bevindingen leveren overtuigend bewijs dat de verstoring van type I-interferon vaak de oorzaak is van levensbedreigende COVID-19. Daarmee is COVID-19 nu de best begrepen acute infectieziekte dankzij een moleculaire en genetische verklaring voor bijna 15 procent van de kritieke gevallen,” zegt Casanova. Mogelijk biedt het onderzoek voor een deel van de patiënten een nieuwe behandelingsmogelijkheid aan.  “In theorie kunnen dergelijke problemen behandeld worden met bestaande medicijnen en interventies. Er zijn bijvoorbeeld al twee soorten interferonen beschikbaar en goedgekeurd als medicijn voor gebruik bij de behandeling van bepaalde aandoeningen zoals chronische virale hepatitis.”

Prof. dr. Isabelle Meyts, kinderimmunologe in UZ Leuven en professor aan KU Leuven, is coauteur op beide papers en nam als lid van het internationale COVID-HGE steering committee deel aan dit baanbrekende onderzoek. Voor een van de publicaties voerde haar team onder leiding van dr. Leen Moens, ook coauteur, functioneel validatieonderzoek van de genetische varianten uit in het Laboratorium voor Aangeboren Afwijkingen van het Immuunsysteem binnen het departement Microbiologie, Immunologie en Transplantatie.

Professor Meyts: “In theorie krijgt nagenoeg 14 procent van de ernstige COVID-19-patiënten met dit onderzoek een verklaring voor hun ongewone ziekteverloop. In de praktijk zouden we bijvoorbeeld het meten van type I-interferon en van autoantistoffen in de routinediagnostiek kunnen opnemen, zodat elke COVID-19-patiënt een therapie op maat kan krijgen. Daarnaast heeft het resultaat van dit onderzoek implicaties voor de behandeling met convalescent plasma en verklaart het mogelijk waarom het gunstige effect niet zo duidelijk is.” Prof. dr. Meyts leidt nu een task force binnen het consortium om een framework uit te bouwen voor nieuwe clinical trials.

BronKUL
Advertentie
Abonneren op
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties